De luchtvaartsector is onverbeterlijk. Termen als ‘in evenwicht met de omgeving’, de Balanced Approach, een 50/50 regeling, geluidscompensatie, Lden, handhavingspunten en nu weer geluidruimte en geluidswinst worden gebruikt om luchtvaartgroei te verdoezelen. Ze worden over. En met de grootste vanzelfsprekendheid alsof ze daarmee ook hun betekenis en bestaansrecht invullen en legitimeren. Minder herrie levert het in elk geval nooit op: die neemt alleen maar toe.
Geluidruimte is een term uit de nieuwe Omgevingswet, met de bedoeling omgevingshinder op het gebied van geluid te kunnen beheersen. Hiermee kun je beperkingen opleggen in het licht van gezondheid en mensenrechten. Het is niet bedoeld om ‘geluid te verdelen’ in het kader van beoogde commerciële economische activiteiten.
Geluidruimte op jaarbasis bepalen is de wetenschappelijk zeer bedenkelijke aanzet tot de volgende term: geluidswinst. Geluidswinst is een verzinsel dat een schijn van redelijkheid geeft, maar het is weer gewoon een hele doortrapte manier om te doen of steeds meer vliegen een vanzelfsprekende en positieve ontwikkeling is. Iedereen heeft weet van de negatieve gevolgen van dit beleid en toch slaagt de luchtvaartsector er keer op keer in de discussie naar zijn hand te zetten en groei onomkeerbaar te laten lijken. De rechter heeft dit al eens aan de kaak gesteld, maar zelfs daar wordt niet naar geluisterd.



